Terug naar het overzicht "Communicatie"
Pas je eigen manier van communiceren aan
- Trek de aandacht van de persoon voordat je begint te spreken. Geef bijvoorbeeld een tik op de arm. Let op: schreeuwen helpt niet.
- Begin het gesprek pas wanneer de persoon je aankijkt.
- Blijf de persoon aankijken en stimuleer hem om jou ook te blijven aankijken.
- Maak gebruik van ondersteunende communicatie: verwijzers, SMOG, eigen gebaren, pictogrammen, mimiek en lichaamstaal.
- Richt je rechtstreeks tot de persoon. Heb je een mededeling voor de hele groep, geef die dan vóór of na de groepsmededeling nog eens apart. Zorg bij een groepsactiviteit dat er niet door elkaar wordt gepraat en geef visueel aan wie aan het woord is: hand opsteken, aanwijzen, een voorwerp vasthouden.
- Articuleer voldoende, maar overdrijf niet.
- Zorg dat je mondbeeld zichtbaar is: houd geen voorwerpen voor je mond (hand, balpen, blad) en houd je mond vrij tijdens het praten (niet eten of kauwen, niet roken).
- Pas je taal aan het taalniveau van de persoon aan.
- Spreek voldoende luid, maar roep niet.
- Spreek niet te snel.
- Let op je intonatie, ritme en accenten. Spreek zo natuurlijk mogelijk.
- Betrek de persoon in gesprekken. Spreek niet over hem heen en let erop dat hij zich niet te veel afzondert.
- Leg misverstanden of zaken die niet begrepen worden uit.
- Durf te herhalen wat gezegd is en controleer of de boodschap is overgekomen. Laat de persoon die eventueel in eigen woorden herhalen.
- Herhaal in andere woorden.
- Verloopt de communicatie moeilijker, controleer dan of het hoorapparaat werkt.
- Houd rekening met vermoeidheid.
- Probeer het niveau van zelfstandigheid te behouden.
- Heb aandacht voor de andere zintuigen.
- Bij een eenzijdig gehoorverlies of een duidelijk verschil tussen beide oren: benader de persoon aan de kant van het beste oor.
Pas de situatie aan
Niet alle aanpassingen hieronder zijn altijd mogelijk of nodig. Streef ze vooral na wanneer je écht in gesprek gaat met de persoon. Zo optimaliseer je de voorwaarden voor een goed spraakverstaan.
Achtergrondgeluid bemoeilijkt het spraakverstaan
Schakel storende achtergrondgeluiden zo veel mogelijk uit, zeker tijdens verbale communicatie:
- zet de radio of tv uit
- neem de persoon eventueel even mee naar een ander lokaal
- zet een fluitende vogel in een ander lokaal
- wacht met communiceren tot de microgolf klaar is
- plaats rubberdopjes onder de stoelpoten
- leg matjes onder het bestek op tafel
- kleef strips op deuren die hard dichtklappen
Is dat niet mogelijk, zet de persoon dan zo ver mogelijk van de storende geluidsbron. Bij een eenzijdig gehoorverlies of een duidelijk verschil tussen beide oren plaats je hem zo dat het storende geluid zich het dichtst bij het slechtste oor bevindt.
Zorg voor goed zicht op het gezicht
Personen met gehoorverlies vullen wat ze niet horen aan met visuele informatie: lipbeeld, mimiek en lichaamstaal.
- Zorg voor goede verlichting en lichtinval. Steek het licht aan wanneer de ruimte te donker is. Verduister je de ruimte voor de gezelligheid, steek het licht dan weer aan wanneer je praat.
- Zorg dat de persoon niet tegen het licht moet inkijken. Draai hem met de rug naar de zon of het kunstlicht.
- Zorg voor een goede afstand: één meter is ideaal.
- Zorg dat de persoon het gezicht van alle gesprekspartners kan zien. Ga tegenover hem staan in een gesprek met twee. In groep is een kring of ronde tafel ideaal; kan dat niet, ga dan in een u-vorm zitten.
- Vermijd afstanden van meer dan anderhalve meter: dat is het maximale bereik van de microfoon van een hoorapparaat.
Een slechte akoestiek bemoeilijkt het spraakverstaan
- Harde, gladde wanden hebben een negatieve invloed op de akoestiek. Voorzie de ruimte zo mogelijk van behang, gordijnen of geluiddempende panelen.
- Grote ruimtes beïnvloeden de akoestiek negatief. Plaats waar mogelijk wanden of verlaag de plafonds.
- Een goede isolatie zorgt ervoor dat geluiden van buiten minder doordringen.
- Is de akoestiek minder gunstig, plaats de persoon dan bij voorkeur met de rug zo dicht mogelijk tegen de muur. Zo vermijd je luistervermoeidheid.
Denk bij elke activiteit vooraf na waar de persoon met gehoorverlies het best gaat zitten. Houd daarbij rekening met alle bovenstaande tips.